Met materialenpaspoort wordt circulair beheer concreet en tastbaar

Een circulaire economie. Iedere gemeente wil het. Maar welke wethouder kan uitleggen hoe circulair zijn gemeente daadwerkelijk is? Een jaar geleden begon Sweco, samen met de gemeenten Rotterdam, Tilburg en Zwolle, aan een pilotproject om te komen tot een materialenpaspoort. “Want alleen door te weten welke materialen er in jouw beheerobjecten zitten, kun je de volgende stap maken naar hergebruik”, aldus Ernst van Zuilen (adviseur Obsurv). “Met de praktijkervaringen die we met onze pilotdeelnemers hebben opgedaan, zijn we nu in staat het materialenpaspoort breder uit te rollen. En zo kunnen we ook andere gemeenten helpen die concrete stappen willen gaan zetten in hun streven naar circulariteit.”

Circulaire economie

In een circulaire economie bestaat geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. In de ontwikkeling naar circulariteit is het dus zaak dat we het hergebruik van materialen bevorderen en het gebruik van nieuwe grondstoffen zoveel mogelijk beperken. Daarnaast zijn er ook andere manieren om circulaire doelstellingen te realiseren, zoals door het gebruik van meer lokale producten, het verminderen van schadelijke uitstoot van stoffen en het verlengen van de levensduur van reeds gebruikte producten en materialen.

Circulair beheer als beginpunt

“Circulair beheer is soms een ietwat verwarrende term”, legt Ernst uit. “Want circulariteit gaat niet alleen over beheren, maar ook over bouwen, aanleggen, inkoop etc. Maar het beheer van de openbare ruimte is wél een zeer belangrijke schakel in de grotere keten van circulariteit. En omdat beheerders sowieso al heel veel vastleggen over de materialen en eigenschappen van de objecten die zij in beheer hebben, zijn zij in feite ook het meest logische punt om te beginnen aan zoiets concreets als een materialenpaspoort.”

Standaarden en beschikbare data als basis

Door gebruik te maken van reeds beschikbare data uit hun beheersysteem, was er al direct een basis beschikbaar waarmee de deelnemende pilotgemeenten aan de slag konden. Daarnaast is er nadrukkelijk voor gekozen om zoveel mogelijk met beschikbare standaarden aan de slag te gaan. In dit geval werd gekozen om de CB’23 Leidraad als uitgangspunt te nemen. Ernst: “Door te kiezen voor zo’n landelijke standaard sluit je aan bij ontwikkelingen waar veel gemeenten al mee bezig zijn en maak je de drempel veel lager om in te stappen.”

Tilburg: ‘data verzamelen en verrijken’

In de pilot voor het materialenpaspoort kozen de gemeenten voor concrete vraagstukken die bij hen speelden. Bij gemeente Tilburg waren dat bijvoorbeeld de asfaltketen en de betonketen. Twee ketens met elk totaal eigen uitdagingen. Daar waar de asfaltketen redelijk vatbaar lijkt te zijn voor circulaire toepassingen en er soms al percentages van 60% recycling worden gerealiseerd, is de betonketen een lastige keten om circulair te maken. Volgens beheerder Jurgen van Hout komt dat omdat er nog onvoldoende zicht is op de afvalstromen van beton en wat ermee gebeurt. “De invloed die we wél uit kunnen oefenen, ligt aan de voorkant van de keten: de uitvraag. Denk bijvoorbeeld aan een bestekeis met een minimum percentage granulaat, een herbruikbare grondstof. Zo proberen we via de uitvraag steeds meer te sturen.”

Asfalt op de kaart in materialenpaspoort

Voor alle ketens geldt dat het verzamelen en verrijken van data aan de basis ligt van circulariteit. “Door data te verzamelen, krijgen we steeds meer inzicht in hoe we de keten vooruit kunnen helpen. Het materialenpaspoort van Sweco helpt ons daarbij, vooral omdat het inzicht geeft in de toepassing van materialen bij (bouw)projecten. Met die data kunnen we aanbevelingen doen voor toekomstig hergebruik en recycling van de gebruikte materialen.”

Zwolle: ‘materialenpaspoort maakt het mogelijk om vooruit te kijken’

Zwolle koppelde de pilot aan een concrete uitdaging om een circulaire oplossing te vinden voor de massaal uitgebroken essentaksterfte in de gemeente. In 2018 moesten als gevolg hiervan 1800 bomen worden gekapt. Om dit soort grote hoeveelheden hout zo circulair mogelijk in te zetten, besloot Erik Bakker, adviseur Groen bij gemeente Zwolle, de geplande kapdata, de verwachte hoeveelheden hout en de duurzaamheidsklasse van het hout in het materialenpaspoort op te voeren. Door inzichtelijk te maken wanneer er duurzaam hout beschikbaar komt, kunnen andere organisaties daarop inschrijven. In het geval van het essenhout kon een groot deel van het hout worden gebruikt door een Zwolse woningbouwvereniging voor het opnieuw afdekken van gevels. “Hout uit de stad, blijft in de stad”, aldus Erik.

Loginscherm materialenpaspoort

De data die gemeente Zwolle gebruikte, zijn grotendeels inzichtelijk gemaakt in een dashboard. En daarmee is het materialenpaspoort een goede aanzet voor gemeenten om circulaire kansen in hun assets in de buitenruimte te kunnen aantonen, vindt Erik. “Met dat soort inzichten kan nog beter worden ingespeeld op kansen en kan het bestuur en college worden meegenomen in het bepalen van doelstellingen. Het materialenpaspoort is een geweldig hulpmiddel om vooruit te kijken.”

Module Overige Objecten

Het materialenpaspoort is gebaseerd op het beheersysteem Obsurv van Sweco, en heeft goed kunnen meeliften op de doorontwikkeling van de nieuwe module Overige Objecten. “De vernieuwing van de module Overige Objecten is in eerste instantie ingegeven door de actualiteit rond de IMBOR”, legt Ernst van Zuilen uit. “Voor klanten die met het Informatiemodel Beheer Openbare Ruimte’ aan de slag willen, is er nu alle flexibiliteit en functionaliteit die je nodig hebt. Maar diezelfde flexibiliteit en de uitgebreide mogelijkheden om objecten te registreren, kun je dus ook heel goed benutten voor het materialenpaspoort. Overigens wil ik meteen erop wijzen dat het materialenpaspoort ook prima te gebruiken voor niet-gebruikers van Obsurv.”

Klein beginnen

Iets anders waar Ernst op wijst, is het belang om voortdurend na te blijven denken over de vraag welke gegevens je wel en niet wilt registreren. “De nieuwe module Overige Objecten geeft alle vrijheid om alles te registreren wat je maar wilt”, vervolgt hij. “Maar daarin schuilt ook een risico. Alles wat je invoert moet je ook bijhouden. Bij zoiets als asfalt is het uiteraard nodig om veel verschillende gegevens vast te leggen over bitumengehalte, bindmiddel, grind en dergelijke. Maar bij zoiets als straatmeubilair is soms het typenummer van een afvalbak al voldoende om alles te weten over materiaal, model, kleur etc.”

In de pilotaanpak is er steeds voor gekozen om klein te beginnen en gebruik te maken van de beschikbare data. “Pas later in het traject zijn we begonnen deze basis uit te breiden en te verrijken, en dan alleen als dit nodig bleek te zijn om de circulaire oplossingen mogelijk te maken.”

Ook aan de slag met het materialenpaspoort?

Veranderingen in de circulaire economie gaan langzaam en moeten door de hele keten worden omarmd om succesvol te zijn. Maar langer wachten is zeker geen optie. En dankzij het materialenpaspoort kan ook jouw gemeenten nu een begin maken of de volgende stappen zetten naar een circulaire economie. Wil je eens van ideeën wisselen over wat wij voor jou kunnen betekenen? Of wil je gewoon meer informatie over het materialenpaspoort? Neem contact op met Ernst van Zuilen of Peter van Ossenbruggen.

Bekijk ook de video van Erik Bakker met uitleg over de pilot.